Skip to content
1663

De psalmen Davids

Aernout Overbeke

Des Werelts verlating, Voor een Hemeldorstige ziele. Gestelt over den 42 Psalm Davids.

ICk wensch de werelt goede nacht, En wilse laten varen, En ofse na mijn ziele tracht, Godt sal my wel bewaren, Ick dacht al wat // De werelt had Most niets als vreughde baren.

2.Een hert door Slangen gift verwont Soeckt versche waterbeken, Soo heeft des werelts-gift mijn mondt Met grooten dorst ontsteken, Oock maeckt my bang // De valsche Slang Dat my aldus doet spreken. 3.Wanneer Heer sal ick in uw' Rijck, Bewoont van soo veel Vroomen, (Om uwen lof met haer gelijck Te singen) mogen komen? Seght my wanneer // Ick van u Heer Sal werden opgenomen. 4.d'Ellend en 't jammer dat ick ly Sal mijne ziel verdrucken, Noch daer en boven moet ick my Voor 's werelts laster bucken Sy roept met spot // Wanneer sal Godt Vyt dit gevaer u rucken? 5.Of is nu sijner armen-kracht, En sijne sterckt verdweenen? Mijn hert wert door 't geroep verkracht En doet mijn ziele weenen Om sulck verdriet // Godt lijdt het niet, Maer wilt my hulp verleenen. 6.Verlost my van dees smert en pijn, En voert my op na boven, Daer al de Patriarchen zijn In der Propheten hoven, Vol vreught, alwaer // Der Eng'len Schaer Vw' Majesteyt komt loven, 7.Waer toe mijn ziel dan dus bedroeft?

Volhart in vroom te strijden, Godt helpt u als ghy hulp behoeft, De tijdt van hier te lijden, Al valtse bang // 't En duurt niet lang, Godt sal u weer verblijden. 8.Wijl 't yeders doen niet is dat hy 't Kruys met gedult kan dragen, Soo bidd' ick Heere wilt van my Het ongedult verjagen, Want anders wert // Mijn quynend hert Vermorselt door uw' plagen. 9.Ick sie uw' toorn in volle gloet Om onse sonden branden, Gelijck des Zees verstoorde vloedt Niet past op dijck of stranden, Sie ick 't gevaer // Niet als te klaer Genaken alle landen. 10.Daerom ben ick de werelt sat, Mijn tranen en mijn qualen Die sullen by my zijn, tot dat Ghy my van hier sult halen In 't Hemelrijck // Om eeuwighlijck In heerlijckheyt te pralen. 11.Hoe lang sat 't duuren Heer? mijn hert Wert schier van een gereeten, Wanneer my van de werelt wert Al spottende verweeten, Seght doch hoe is 't // Met Iesus Christ? Heeft hy u gantsch vergeeten? 12.Gedult mijn droeve ziel, gedult, Ten sal niet lange duuren,

Vertroost u maer mijn ziel ghy sult Dees hoon niet lang besuuren, Weest niet verbaest // Want God sal haest V sijn verlossing stuuren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De psalmen Davids · Aernout Overbeke · Poetry Cove