Psalmen.L.
LAet Israël met opoen strot.368
'k Legh in een grondeloos moeras.384
Lof zy Godt mijn Rotz in eeuwigheyt.414
Looft den Heer die soo veel goet.394
Looft den Heer die sijne goetheyt.342
Looft den Heer maeckt sijnen naem, &c.304
Looft ghy Hemelen den Heere.423
Looft Godt den Heer, Al die, &c.390
Looft Godt den Heer, want hy is, &c.309
Looft Godt de Heer, want onsen, &c.421
Looft Godt ghy Heyden.340
Looft Godt in sijne Heyligheyt.427