Een Lof-sangh van de Geboorte onses Heeren Jesu Christi.
D. M. L.
WEest welkom Iesu Godes Soon,
Ghy die verliet uw' eeuw'gen Troon,
En voor een Maeght quaemt in de tijt,
Des sich der Eng'len schaer verblijt.
Heer ontfermt u onser.
2.Men vint den Heer der Heerlijckheyt
Hier in een arme kribb' geleyt,
Die alles heeft in sijne macht
Heeft onse menscheyt niet veracht. Heer, &c.
3.Dien 't ruyme Aerdtrijck niet besloot,
Leyt in Marias enge schoot,
Die Aerdt en Hemel leven doet
Die wert hier als een Kint gevoet. Heer, &c.
4.De Werelt krijght een nieuw gesicht
Door 't opgaen van dit Eeuwigh Licht,
't Welck onser aller vyerbaeck is
In 's werelts dicke duysternis. Heer, &c.
5.Godts Soon quam tot ons nederwaert
Gelijck een Vreemdeling op aerd,
Op dat wy door sijn nedrigheyt
Ten Hemel werden ingeleyt. Heer, &c.
6.Hy quam tot ons verdruckt en arm
Op dat hy onser sich ontfarm,
En namaels in het Hemelrijck
Ons met sijn Eng'len maeck' gelijck. Heer, &c.
7.Soo hoogh heeft ons de Heer geschat,
Soo seer heeft Godt ons lief gehad,
Des zy hem eeuwigh danck geseyt
Van sijn beminde Christenheyt. Heer, &c.