Een Geestelijck Bruydt-Liedt der geloovige ziele, van Jesu Christo haren Hemelschen Bruydegom.
WAt Ster bestraelt ons bloo gesicht? 't Is Iesus 't lieve Morgen-licht, Vyt Davids Zaedt gebooren; Mijn Vrindt weest dubbel wellekom, Mijn Schepper, en mijn Bruydegom, Mijn eenighst' Vytverkooren, Ghy zijt // Altijt Rijck en machtigh // Groot en prachtigh Vol genade, Mildt van goetheyt en weldaden. 2.Ghy die bekleet des Hemels-Troon, Waer Godes en Mariaes Soon Mijn Koning uytgelesen
Als Lelien soo schoon zijt ghy, Vw' heylsaem Woordt dunckt melck voor my En Honighraet te wesen; Vw Bloedt // Versoet Onse sonden // Vwe wonden Doen ons leven, G' hebt uw' vleesch tot spijs gegeven. 3.Giet Heer uw' liefde in mijn hert, Op dat het noyt bewogen wert, Yets anders te beminnen, Maeck dat het soo vast by u blijf Gelijck een ribbe van uw' lijf, En na u brand' van binnen, Ey kom // Bruygom, Komt mijn Koning // Neemt uw' wooning In mijn herte, Dat na u verlangt met smerte. 4.'t Is of de Gulde Son opgaet Als ghy uw' oogen op my slaet Met lieffelijcke loncken, Ghy zijt mijn schat, mijn hooghste goed, Vw' Woordt, uw Geest, uw Lijf, uw Bloet, Doen mijn gemoed ontfoncken: Mijn Godt // Mijn slot, Trouw en heylig // Daer ick veyligh Op mach slapen, Want ghy staet voor my in wapen. 5.Het is u niet genoegh Godt Soon Dat ghy my hebt uw' liefd geboon, Ghy hebt oock daer beneven
Aen Godt uw Vader kond gemaeckt Hoe ver dat u mijn liefde raeckt, Hoe diep in 't hert geschreven, Die nu // Om u My al 't geene // Wil verleenen Als ick smeke, Daer ick hem om aen kom spreken. 6.Mengt nu de Cymbel en de Luyt Met keelen lieff'lijck van geluyt Op 't hooge Feest des Heeren, De Harp en Orgel swijge niet, Dit zy, dit zy het Bruylofts-Liedt Mijn Godt, en my ter eeren, Ick sal // Na all' Mijn ellenden // Vrolijck enden 't Eeuwigh leven Sal hy my ten Bruydtschat geven. 7.Hoe is mijn hert toch soo verblijt, Dat doet mijn waerdste schat, ghy zijt 't Beginsel en het ende, Ghy blijft, al sit ghy noch soo hoogh, Altoos by my, ghy sult uw' oogh Van uwe Bruyt noyt wenden, Tot ghy // Na my Sult verlangen // Om 't ontfangen En te leyden In het Rijck voor my bescheyden.
Cookies on Poetry Cove