Skip to content
1663

De psalmen Davids

Aernout Overbeke

Een Gebedt-Liedt, Op de woorden des Konings Josaphat. 2 Chron. cap. 20. &c 12. etc. Wy en weten niet wat wy doen sullen, maer onse oogen sien, etc.

O Godt wanneer wy zijn benart, Omringt met ongewoone smart, Wanneer ons alle hulp verlaet, En zijn ten eynde van ons raedt, 2.Soo hebben wy tot troost alleen, Dat wy te samen met gebeen Vw groote goetheyt roepen aen, Om ons van alle noot t'ontslaen. 3.En heffen op tot u om hoogh Een droevigh hert, een schryend oogh, En wijl de sond de oorsaeck is, V bidden om vergiffenis. 4.Die ghy belooft aen yeder een

Die tot u komt boetvaerdigh treen En u in Christus naem roept aen, Die 't Kruys voor ons heeft uytgestaen. 5.Ey siet de reden onser klacht Die ons hier heeft tot u gebracht, Siet hoe dat wy verlaten zijn Vol jammer, smert, ellend', en pijn. 6.Siet onse sware sond niet aen, Wilt ons daer van uyt gunst ontslaen, Staet ons in dees' ellende by, En maeck ons van de straffen vry. 7.Op dat wy namaels tot uw' eer Verbreyden mogen, wie de Heer Was, die ons heeft door Christus doodt Verlost uyt alle smert en noodt. 3. Gloria

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De psalmen Davids · Aernout Overbeke · Poetry Cove