Een ander Geestelijck Liedt.
Op de voorgaende wijse.
GOdts Soon ons lange toegeseyt
Is nu tot ons gekomen,
En heeft ons arme menschlijckheyt
Vyt liefde aengenomen,
Gebooren van een reyne Maeght
Wiens nedrigheyt Godt heeft behaeght;
Wy waren in de stricken
Des Ouden Vyants vast beknelt,
Wy moesten, soo niet desen Heldt
Gekomen was, versticken.
2.Siet nu hoe lieff'lijck dat de tijdt
Ons menschen komt te vooren,
De dagh en nacht die zijn verblijdt
Dat Christus is gebooren:
Hy quam tot ons veracht en slecht,
In kleedt en weesen als een Knecht,
Behalven in de sonden
Wierd hy aleveleens als wy,
Door sijn geboort in 't vleesch, heeft hy
Ons van de schult ontbonden.
3.Wel die wiens herten zijn bereyt
Te dienen desen Koning,
Want Godt die sal de saligheyt
Hen schencken tot belooning;
O wonder boven wonderdaet!
Dat Godt om ons sijn Troon verlaet,
Sijn Sit-plaets hoogh verheven,
En daer-en-boven met gedult
Geleen heeft, om voor onse schult
Het vol rantsoen te geven.
4.Des laet nu al de Christenheyt
Op haren Schepper roemen,
En 't Kindt dat in de Kribbe leyt
Haer hulp en Heylandt noemen,
Die haer verlost uyt alle quael,
Laet hem in uwer herten sael
Met vreughde binnen trecken,
Dan sal hy u, sijn heyligh huys,
Voor alle tegenspoet en kruys
Met sijne vleugels decken. 4. Gloria.