Skip to content
1663

De psalmen Davids

Aernout Overbeke

De Hymnus, Ad coenam Agni providi verduytscht. Op 't Paesch-Feest, en oock by des Heeren Avontmael te singen.

HOe vrolijck klonck 't gesang wel eer Doe Iuda juychte voor den Heer, En dat de Trom van Mirriam Sich met de keelen mengen quam. 2.Dus was 't geluyt, gelooft zy Godt Die al ons vyanden tot spot Den boosen Pharo den Tyran Verdroncken heeft met Paert en Man. 3.Wy waren noch in grooter noodt Ons dreyghde Duyvel, Hel, en Doodt, Maer Christus is ten strijt getreen En heeft haer moedigh overstreen. 4.Dit is het rechte Paesche-Lam Dat onse sonden op sich nam, En dat soo swaer met schult belaen Sijn vyandt heeft te niet gedaen.

5.Dit is het ongesuurde Broot, Een stercking tegens sond en doot, Het Heyligh Lam dat door sijn Bloet En Lichaem, onse zielen voet. 6.Wat Tong is soo geleert? Wat Man Die dees gena volprijsen kan? Waer door wy uyt de slaverny Der Helsche banden raeckten vry. 7.Al wat 'er adem schept sing mee, Van Hemel, Aerd, van Lucht, en Zee, Zy Christus lof rontom verbreyt, Van nu tot in der eeuwigheyt. 3. Gloria.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De psalmen Davids · Aernout Overbeke · Poetry Cove