VIII. Vertooninghe.
Den Heere IESVS schiet het Herte met vierige pijlen van sijne Goddelijcke Liefde, teenemael in brandt.158
Eene ghelijckenisse ghetrocken uyt de vier Elementen.159
De wereltse Siel smilt door Godts inspraecken.160
Hier van een dichtien.160
Brandende herte vande Heylige Theresa.162
Haere spaense Poësie den brandt breeder uytleggende.163
Een Printien vanden selfsten sin.164
Haere siel-suchten, en wensch om te sterven.165
Hier op een snaerken vande Sang-Goddinne.166
Overaerdige gelijckenisse getrocken uyt het arkebuseeren, en toe-gepast aen den brandenden schicht vande heylige Theresa.169
Een kort dichtien tot lof vande kloecke Martelerssen.170
Blymoedicheydt vande heylighe Agnes gaende naer haere Martelie.171
Wat den brandt der liefde Godts in het yverich herte vanden heyligen Xaverius al werckte.173
Hier op een Printie.175
Sijn vlammende siel suchten, en vierich verlanghen om in Indien Sielen te bekeeren.176
Printien vanden heyligen Xaverius.179
Xaverius vergeleken met Zebulon, en waerom.181
Een kort verhael van de hooft-reysen vanden heylighen Xaverius.181