X. Vertooninghe.
Den Heere IESVS verciert het Herte met Palmen en Laurieren, en stelt daer boven op de kroone van de eeuwighe glory.217
Blijschap der Kinderen van Israël als sy het Landt van Beloften kreghen in't ghesicht.217
Een Printje vertoont de crooninge van het H. Herte.219
Hier van een dichtjen vande Poësie.219
Sonder strijdt en isser gheen croon hier op een bondighe antwoordt van een jongh Prinsken van Vranckrijck.223
Verhael hoe blymoedich sommige sijn gestorven.224
Geestige passagien van Damianus gedoot-verft.225
Salighe do[o]t van Gorgonia.228
Triomf van het H. Herte overtreft de triomfen der Romeynen.228
Glorie der salighen on-uyt-sprekelijck.229
Het H. Herte vlieght ten hemel op om ghekroont te worden.229
De Poësie verhaelt sijne gheluckighe reyse.230