V. Vertooninghe.
Naer dat den Heere IESVS het herte ghesuyvert hadde; gaet hy het selfste vercieren, en versekeren met de Schilderijen vande Vier-Wtersten.109
VVat sentinel voor een herte moet staen.110
Het overpeysen vande Vier-Wtersten is salich.110
Den Amethist wordt vergheleken by de ghepeysen vande Vier-Wtersten.111
Die van Egypten brochten over maeltijt een doodtshooft.
Hier van een Printjen en een dicht113
De vreese van Damocles behoorden ons te leeren vreesen.116
De voorsichtighe Siel siet de Vier-Wtersten door eenen verre-kijcker.117
De Poësie ont-vouwt hoe noodich dese vreese is aen het Herte.118
Het Printje van dese gheleghentheyt.123
Ghedenck weerdighe gheschiedenisse nopende de lesse vande Vier-Wtersten.126
Hoe Innocentius IX. dit oock tot sijn profijt trock.127