III. printverbeelding. De verlooren zoon, tot zich zelven keerende.
Lukas XV.17-20. En tot zich zelven gekomen zynde, zeide hy: hoe veele huurelingen myns vaders hebben brood, en ik vergaa van honger?
Ik zal opstaan en tot mynen vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader! ik hebbe gezondigd, tegen den Hemel, en voor u.
En ik ben niet meer waardig uw' zoone genaamt te worden: maak my als eene van uwe huurlingen. En opstaande ging hy na zyn Vader.