Skip to content
1758

Vervolg der leerzaame zinnebeelden

Adriaan Spinniker

Stem. Hoe schoon licht ons de morgenster. Of Wie vaart daar heên, enz. I

Indien de jager in het woud Zich onvermoeid en rustig houd, Om haas of hert te winnen; Hoe moet gy dan, ô Christenhart! Gehard in moeite, nood, en smart, Betoomen uwe zinnen? Om lust, Om rust, En vermaaken,

Eens te smaaken, De geene uuren, Maar oneindige eeuwen duuren.

II.

Zo dwingt de wakkre Kruisgezant, Terwyl hy streeft naa 't Vaderland, Getrouw zyne aardsche leden; Zo jaagt hy naa het hoogste wit, Gods roep ten hemelschen bezit, Voor die volstandig streden: Daar 't oog, Om hoog Opgeheeven, Naa dat leven, 't Aardsch verwagten Edelmoedig kan verägten.

III.

Hy slaat niet los en blind'ling toe, Maar weet wanneer, waarom, en hoe Volg zyn gezetten wandel, Myn ziel! en jaag, met wys beleid, Gestadig naa Godzaligheit En Liefde in all' uw handel. Onschuld, Geduld, Godvertrouwen, Vredebouwen, Kroone uw' dagen: Gy sult nimmer vrugtloos jaagen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.