Skip to content
1714

Leerzaame zinnebeelden

Adriaan Spinniker

Op het XXVIIIste zinnebeeld. Kom herwaarts, onbedreeven' jeugd, Breng hier uwe oogen, en gedachten, Om deez' vertooning te betrachten, Op dat gy daar uit leeren meugt, Het geen uw' zielen kan verstrekken Tot nut en voordeel, om uw' loop Naar 't zalig land van goede hoop Tot uw genoegen te voltrekken. Zie hier een wild en dertel paard Het volgen van den teugel weig'ren, En met zyn springen, en zyn steig'ren, Zyn' meester werpen tegen de aard. Indien gy omzoekt naar de reden, Waar door het dier, dat zacht en stil Moest letten op zyn's meesters wil, Verviel tot die uitspoorigheden; Men zal u zeggen, dat zyn heer Geene andere oorzaak heeft van klaagen, Als dat hy zelf de schuld moet draagen, Indien hy arm of been bezeer'; Naardien hy 't, van zyn' wuste sprongen Genoeg bewust, van eersten aan Niet leerde aan zyne hand te gaan, En door geen' arbeid heeft bedwongen, Maar liet het vry en ongetoomd In stal of zachte weiden rusten, Daar 't steeds volop had naar zyn' lusten, Dat nu zo deerlyk hem bekoomt. Doch zo u dunkt, dat, na het hooren Van zulk een' taal, met goed bescheid Uw' ziel op de onvoorzichtigheid

Van deezen man zich mag verstooren, Zo tast u zelven in 't gemoed, En laat uwe aandacht eens ter deegen Met rype zinnen overweegen, Of gy in waarheid beter doet. En vind gy uw beleid en daaden Met zyn bedryf gelyk te staan, Ei laat zyn lot van nu af aan Het hert tot meerder omzicht raaden. Uw vlees gelykt het slaafse beest: Dat moet gebit en teugel draagen, En passen op het welbehaagen Van uwen redelyken geest. Word dat behoorlyk waargenomen Van de eerste jonge dagen aan, Zo leert het stil en vredig gaan, Zo heeft men geen gevaar te schroomen. Doch zo de geest zyn' heerschappy En recht niet deftig kan bewaaren, Maar laat den toom onachtzaam vaaren, En 't wilde dier gerust en vry In ruim genot van weelde baaden, Het zal, tot zulken stand gewend, En stout geworden, in het end Baldaadig zynen heer versmaaden. Het zal, vol dert'len wrevelmoed, Zyn' meester werpen tegen de aarde, En, als een' zaak van geene waarde, Zyn' wetten treeden met den voet. En of hy schoon met droeve klagten, Wanneer de smert hem zyne schuld Voor oogen stelt, de lucht vervult, En al zyn overleg en krachten Te zaamen haalt, om 't heilloos kwaad

Met tak en wortel uit te rukken, Dat middel mag zomtyds gelukken, Maar komt gemeenlyk al te laat. Het weeldig paard, gewoon te springen, Gewoon te hollen zonder schroom, Gedoogt geen' prang van engen toom, En laat zich keeren, noch bedwingen, Maar holt al voort met zynen heer, Tot dat het, zynen hoop ten ende, Hem in den afgrond van elende Werpt, zonder hoop van redding, neêr. Onwyze jeugd, die hier zo gaaren Dat dier in zyne lust voldoet, Prent deeze dingen in 't gemoed, Op dat ze u brengen tot bedaaren. Tem, tem by tyds uw dertel paard, Eer dat zyn sprong uw onheil baart.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Leerzaame zinnebeelden · Adriaan Spinniker · Poetry Cove