De Kermiskraam.
Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overleide ik als een kind: maar wanneer ik een man geworden ben, heb ik te niet gedaan het geen eenes kinds was. 1Kor.xiii.11.
Wederom is het koningryk der hemelen gelyk een koopman, die schoone paerelen zoekt. Welke, hebbende eene paerel van groote waarde gevonden, ging heenen, en verkocht al wat hy had, en kocht dezelve. Math.xiii.45, 46.