Noch zyn zy vroolyk!
Verblijd u, ô jongeling, in uwe jeugd, en laat uw hert u vermaaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uwes herten, en in de aanschouwing uwer oogen: maar weet, dat God, om alle deeze dingen, u zal doen komen voor het gerichte. Pred.XI.9.
Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlykheden. Rom.XIII.14.