Proef van liefde.
Want dien de Heer lief heeft, kastyd hy: en hy geeselt eenen iegelyken zoon, dien hy aanneemt. Indien gy de kastyding verdraagt, zo draagt zich God tegen u als zoonen: (want wat zoon is 'er, dien de vader niet kastyd?) Maar indien gy zonder kastyding zyt, welke alle deelachtig zyn geworden, zo zyt gy dan bastaarden, en niet zoonen. Hebr.xii.6,7,8.