Wys: Liefhebbers van de vrolykheid.
Kraamvrouw.
Wel vrienden! 'k zeg u hartlyk dank,
Voor uw genegen wenschen,
Ik wensch u ook uw leeven lank
Veel zegen, braave menschen!
Daar schreeuwt, myn kleintje! 't stoor je niet
Ik zal 't de borst maar geeven,
Wat heeft het schaap toch aan 't verdriet,
Al schynt het pas te leeven.
Buurvrouw.
Kyk man! dat is een heerlyk kind!
Wat zegje van die wangen,
'k Wed, dat men zulke niet meer vindt.
Het is wat aangevangen
Zoon kind te zuigen, goeye vrouw!
Je zelt het deeglyk merken,
Wel waarlyk 't is een heele sjouw;
De Hemel wilje sterken.
De Man
Je vrouw die praat myn keel zo droog
Buurman
o Man! zy ken zo preeken,
Maar 'k schat haar daarom toch heel hoog
Zy kan van alles spreeken.
Wel Buuren uw gezondheid,
Gasten
Neen;
De Kraamheer moet gedronken.
de Man
Neen Buurtjes! dat wordt niet geleên.
Gasten.
't Is op u Ingeschonken.