Skip to content
1833

Leyden ontzet, in 1574

Adriaan Hoop

Vreugdepsalm.

Prijst den Heer der Legerscharen, Heft uw harpgezangen aan! Na een nacht van doodsgevaren, Lacht de dag der redding aan; Laat geen zorg uw vreugd beperken, Nu het wierookoffer brandt; Prijst des Heeren wonderwerken, Looft den God van Nederland!

Aangerand door vreemde machten, Fel bestookt door zwaard en vuur,

Smeekte Leyden God om krachten, Als de vrouw in 't barensuur; Ach! nog daalt op duivenvlerken Hulp noch troost van 's hemels rand! Waar, waar toeft ge ô wonderwerken Van den God van Nederland?

Maar Jehovah heeft gesproken: Majesteit en hemelgloed Doen de heuvelkruinen rooken, Schuimen oceaan en vloed. Hij verschijnt ten spijt des sterken, Die den heldenspeer omspant; Prijst des Heeren wonderwerken, Looft den God van Nederland!

Juicht, en dankt, uw haters vlieden, Als voor d'uchtendwind het kaf!

Juicht, de bloem der oorlogslieden, Werd versmoord in 't watergraf. Niets, kan 't doen van Hem beperken, Die 't heelal draagt op Zijn hand: Prijst des Heeren wonderwerken, Looft den God van Nederland!

Zevenwerf gezegend Leyden, Zij uw heil de morgenstond Van den dag, dien wij verbeiden Voor der vaadren dierbren grond. Wil ô God, den wasdom sterken Van de in bloed ontgroende plant! Prijst des Heeren wonderwerken, Looft den God van Nederland!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Leyden ontzet, in 1574 · Adriaan Hoop · Poetry Cove