Aanteekeningen.
Bladzijde 55Ik heb de paginanummers in overeenstemming gebracht met deze uitgave..
't Was Hooimaand: Frankrijks lelievaan Op tienden Karels last verheven.
De aanleiding tot het Dichtstuk de Renegaat was de volgende: toen in Hooimaand van het jaar 1830 het fransche leger op de rol zijner overwinningen ook die van Algiers schreef, gevoelde ik my opgewekt, om dit schitterende wapenfeit te bezingen in eenige tafereelen, evenals ik dit naderhand in mijnen dichtbondel Warschau, het dempen van den Poolschen opstand door de Russische wapenen, gedaan heb. De Julydagen wischten echter by het Fransche volk spoedig den indruk uit, dien de zegepraal in Afrika bevochten, op de gemoederen had uitgeoefend: de wettige Koning, die zich door eene der schoonste ondernemingen des lateren tijds, te vergeefsch met de publieke opinie had trachten te verzoenen, werd door zijnen neef, in den naam der volkssouvereiniteit van den throon gestoten en in ballingschap gezonden. De Fransche omwenteling was het voorspel der Belgische, en van tallooze opstanden in Europa. In den rijkdom der gebeurtenissen, verloor ook ik den val van den Algerijnschen roofstaat uit het oog, en van mijn voornemen kwam niets tot stand dan de schets van mijn plan, hoedanig die overwinning te bezingen. Bezig zijnde met het doorbladeren mijner portefeuille ter verzameling van eenen bundel losse gedichten, tot welker uitgave ik vereerend werd uitgenoodigd, kwam my toevallig het stuk papier onder de oogen, waarop dat plan geschreven stond. Ik vond daarin onder anderen melding gemaakt van eene episodeepisode: tussengedeelte., ter afwisseling der woelige krijgstooneelen, en die eene zoogenoemde intrigue de Serail ten onderwerp zoude hebben. Schoon de gewaarwordingen, die in 1830 mijne geestdrift ontvlamden, my geheel vreemd waren geworden, had nogthands de bewerking der episode eenige bekoorlijkheid voor my behouden, die er my spoedig toe deed overgaan tot het schrijven van een zeer eenvoudig berijmd verhaal, by welks inhoud my niets anders voor den geest zweefde dan deze twee stanzen uit de Orientale van Victor Hugo, betiteld Clair de lune:
‘Qui trouble ainsi les flots près du serail des femmes? - Ni le noir cormoran, sur la vague bercé; Ni les pierres du mur; ni le bruit cadencé D'un lourd vaisseau rampant sur l'onde avec des rames. Ce sont des sacs pesans, d'où partent des sanglots. On verrait, en sondant la mer qui les promène, Se mouvoir dans leurs flancs comme une forme humaine. La lune était sereine et jouait sur les flots.
Dat het in Turkye en de Levant de gewoonte is, om de vrouwen uit den Harem, die zich aan ongeoorloofden minnehandel schuldig maken, somwijlen in zakken te verdrinken, is ook zonder deze verzen van Victor Hugo genoegzaam bekend. Zoodanige barbaarsche strafoefening is mede het onderwerp van een der fraaiste gedichten van Lord Byron, the giaour. In de aanteekeningen op dat gedicht, merkt de Schrijver het volgende aan: ‘nog weinige jaren geleden, beklaagde de vrouw van Muchtar Bassa zich over de voorgewende ontrouw van zijnen zoon. Hy ondervroeg haar daarom met wie er overspel gepleegd was: waarop zy wreed genoeg was, om hem eene lijst te geven van de twaalf schoonste vrouwen uit Janina. Deze werden onmiddelijk gegrepen, in zakken gestoken en nog dezelfde nacht verdronken! Een der soldaten die by dezen moord aanwezig was, verhaalde my, dat geen dezer slachtoffers eenige bewijzen gaf van vrees, of een' angstkreet slaakte.’ Dit gelde echter alleen met betrekking tot den inhoud! Met den vorm van mijn verhaalde vorm van mijn verhaal: Van der Hoop bedoelt kennelijk dat de Algerijnse oorlogsgeschiedenis, die het verhaal omlijst, die het kader ervan vormt, oorspronkelijk hetgeen was, wat hij in de eerste plaats wilde overdragen en van zijn oordeel voorzien. Hetzelfde deed hij in zijn Warschau, waar het historisch-evaluerend kader primair is ten opzichte van de episoden. Het plaatsen van een verhaal-episode in een historisch (of actueel) kader is de vorm. had ik een ander doel: het schilderen van den val van Algiers, als roofstaat. Sedert mijne eerste optreding in het openbaar als dichter, was het immer eene behoefte voor mijn hart, om in mijne gedichten den indruk te beschrijven, dien de gebeurtenissen van den dag uitoefenden op mijnen geest. Zóó ontstonden mijn Tiendaagsche veldtocht, Warschau, Cholera, Koning van Rome en het PinksterfeestMijn bondel Poezy, mijne legende het Slot van ysselmonde, de epische tafereelen Willem Tell, noch mijne treurspelen Hugo en Elvire en Johanna Shore mochten hier genoemd worden, evenmin als mijne satyres het Congres en De tocht naar Tervueren, of mijne romantische bijdragen De vertellingen, en La Esmeralda. De drijfveren tot de vervaardiging dier geschriften, waren meer algemeen.. Die behoefte deed zich ook gevoelen bij het dichten van mijnen Renegaat, en de verovering van Algiers werd de lijst, waarin het paneel moest bevat worden, waarop mijn zoon der fantazy met zijne verloofde stond afgemaald. Deze lijst is nogthands in de
détails te min uitvoerig, om haar niet als verklaring, het volgende korte verslag van den tocht naar Algiers, en de aanleidende oorzaken daartoe, by te voegen, zonder daarby eenige vermelding van de stad, hare ligging en geschiedenis te vergeten. Drage dit verslag daarom den tytel van:
Cookies on Poetry Cove