De burgt te Bronckhorst afgebroken, in 1824.
‘Für zertrümmerte Grösse das hohe Gefühl Es ist aus dem Leben verschwunden: Der Vortheil ist nur das einzige Ziel.’
körner.
Gij Muren, die 't geweld van zoo veel storms moest dragen; Die zoo veel eeuwen bleeft weêrstaan; Uw eerkroon ligt vertrapt - het vonnis werd geslagen - En gij zult ondergaan!
Wat strekt mijn hand zich uit! zij kan uw val niet keeren; Slechts grijpen naar de zwakke Lier; De lang ontspannen snaar alleen een treurtoon leeren, Waarmeê ze uw uitgang vier'.
Hoe statig reest gij daar, met breede torentinne, Uit rotsgelijken grondslag op! Hoe flonkerde, aan den stroom, de Vaan der Banheerinne Van haren heuveltop!
Hoe willig huldigde u der Burgten schaar in 't ronde ('t Min edel kroost van later dag!), En gaf uw grijsheid eer, die aller wordingstonde - Die veler omkeer zag.
't Herinrend woord des Tijds klonk van uwe achtbre transen; Door 't loover van uw olmenkring: 't Sprak vaak den wandlaar toe, wanneer in de avondglansen, Zijn pad langs d'oever ging.
Niet lang - uw praal is puin! gij laat dien Klank verstommen! Maar - nóg verrijst ge in majesteit, En ziet, in 't blaauwend west, een heuvelrug zich krommen, Waar 't Rijn- en 't Waalnat scheidt:
Dáár plagt ook grijs gesteent dat blikkrend Dak te schoren, Waaronder BarbarossaOp de Burgt te Nijmegen, in 1797 gesloopt, vertoefde Keizer Fredericus Barbarossa menigmaal; ook werd zijn Zoon en Opvolger in 1164 aldaar geboren. sliep; Daar liet ook, aan den Vloed, weleer een Stem zich hooren, Die luid ‘Civilis!’ riep.
Dier Muren kracht zwond meê! die Stem heeft meê gezwegen! (Ach, dat de schuld mijn leeftijd drukt!) Gij - is er troost voor leed in 's broeders ramp gelegen - Zie derwaart, als gij bukt!
Cookies on Poetry Cove