III.
Zangkoor.
Den kelk der smart had Jezus uitgedronken;
Verraad omgaf hem, in den nacht;
Met smaad bedekt werd hij aan 't kruis geklonken;
Hij neigde 't hoofd, en 't was volbragt!
Zoo klom zijn baan door rotsen op ten hoogen!
Niet lang behield de Dood haar buit:
De Ontslaapne rijst; hij zweeft, voor aller oogen,
Den grenskring van 't verganklijke uit!