Skip to content
1820

Gedichten

A.C.W. Staring

IX.

Zangkoor. Poogt Hem een lied te danken, Wiens gunst den Redder zond, Te zwak zijn onze klanken, En te onrein hart en mond.

Doch wijdt uw Naam de toonen, Gij, die in 't stof kwaamt wonen, Zoo schenkt des Vaders oor Het prijzend lied gehoor,

Laat dan een lied hem danken, Wiens gunst den Redder zond; Al flaauwen ook de klanken; Al feilen hart en mond. Laat blijvereende wijzen Des Vaders goedheid prijzen; En aller stemmen koor Klimm' feestlijk tot zijn oor!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gedichten · A.C.W. Staring · Poetry Cove