XII.
Zangkoor.
God zij eer!
Eer zij den Vader,
Die den Zoon ten offer gaf!
Wie zijn Regtstoel schuldig nader',
't Schuldloos Lam droeg onze straf.
Dankbre stem
Rijs tot Hem,
Die het Leven -
't Zalig Leven,
Daar hij stierf,
Voor ons verwierf!
Dank zij Hem!
Roem zij Hem!
Kroont eens eindloos heil daarboven
't Moedig strijden - 't vast gelooven; -
Toeft ons eindloos heil daarboven,
Hier op aarde, in hoop verbeid,
Is 't, bij voorsmaak, zaligheid!
Stijg' dan 't Feestlied aller volken!
Uit de wolken
Galme weêr:
Roem en dank zij onzen Heer!
Halleluja! God' zij eer!