V.
Gods Engel komt! Een stralengloed
Omschijnt de rotsspelonk;
Het aardrijk beeft, dat Jezus bloed -
Het bloed der Onschuld dronk!
De grafsteen wijkt voor Hemelkracht;
De bleeke wachters vliên.
Daar rijst hij, uit der dooden nacht,
Die geen verderf zou' zien!
Triomf! hij won de zegekroon;
Hij heeft de Dood vermand!
Haast praalt, in 't eeuwig licht, de Zoon,
Aan 's Vaders regterhand!
(Eerste Rust.)