VIII.
Al zwijgt voor Ons die Liefdetoon,
Wanneer wij twijflend sagen;
Zijn oog blijft, van den eeretroon,
Op Adams Kroost geslagen.
Hij toeft de Zijnen, ongezien,
Nabij de Doodsspelonken:
Daar zal hij Ons ook 't leven biên; -
't Is ons, in Hem, geschonken.
Moog' de aardbol wentlen uit zijn baan;
Die Hem volgt, zal niet dwalen!
Moge aller zonnen glans vergaan;
Ons Licht zal eeuwig stralen!