II.
Judea slaapt; der Wijzen oog alleen
Ontwaart de ster, die aan de kim verscheen.
Door Bethlehem weêrgalmt een hemelsch lied;
Judea slaapt, en hoort de zangen niet.
't Is zegepraal - 't is waereldsche oppermagt
Wat Israël van zijn Messias wacht!
Hij komt; maar, ach! het ijdel zelfbedrog
Vindt Jezus Kribbe, en zoekt den Heiland nog!
't Voorspelde aan Abraham zien wij vervuld!
Geen waan, die ons met twijflings nacht omhult!
Een Christenschaar knielt naast de Herders neêr:
‘Maria's Zoon is Gods Zoon, onze Heer!’