Skip to content
1820

Gedichten

A.C.W. Staring

VIII.

Zangkoor. Gij Feest, gevierd door 't juichend christendom; Gij Feest van Bethlems Nacht! Gij Lied, des Danks, die naar den hemel klom, Voor 't Heil ons toegebragt! Bind gij eens 's waerelds volken zaam; Van op- tot ondergang! Zij Jezus Komst, en Jezus Naam Eens aller Feestgezang!

De ster gelijk, die, boven Ephrata, Ten Wonderteeken stond, Blink' Waarheids glans, dat ieder tot Hem ga, En luistre naar zijn mond. Dat, wie daar twijfelt, kome en zie, En spreke: ‘uw juk is zacht!’ Dat Liefde als hoogste wet gebiê, Bij Adams Nageslacht.

Daal zoo de Geest òp al uw Kindren neêr, O Vader! wek dat licht! - Voltooi uw werk; ontsluit elks oor, o Heer, En open elks gezigt! - Roepe een altaar de Volken zaam; Van op- tot ondergang! Zij Jezus Komst, en Jezus Naam Het groote feestgezang!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gedichten · A.C.W. Staring · Poetry Cove