V.
Zangkoor.
Gods paleis ontsluit zijn deuren;
't Voorhof zendt zijn wierookgeuren,
Bij der englen vreugdegroet,
Hem, die stierf en leeft, te moet.
Talloos vloeit de schaar hem tegen;
Heilig palmloof dekt zijn wegen;
Beurtlings dreunt bazuingeschal -
Trilt de harp, in Salems wal.
Ziet, hij nadert! Biddend knielen
Serafs, Cherubs, Menschenzielen;
Harpklank en bazuingalm zwijgt,
Daar hij Sions kruin bestijgt!
's Heeren burgt verheft zijn tinnen;
Hij, die stierf en leeft, gaat binnen;
Op zijn paden stroomt het licht
Van Jehova's aangezigt!