VII.
(Evangel. gez. Nr 189, vs. 6)
Gemeente.
Die hoop moet al ons leed verzachten.
Komt, reisgenooten, 't hoofd omhoog!
Voor hen, die 't heil des Heeren wachten,
Zijn bergen vlak, en zeeën droog!
O zaligheid, niet aftemeten!
O vreugd, die alle smart verbant!
Daar is de vreemdlingschap vergeten,
En wij, wij zijn in 't Vaderland.
(Tweede Rust)