VII.
Kent Magdaleen' - (voor allen uitgekoren,
Dat Zij van 't Wonder tuignis gaf!)
Kent Magdaleen', in droeven rouw verloren,
De stem niet, die daar vraagt bij 't Graf:
‘Maria!’ spreekt Hij zacht; zij kent hem weder;
Haar boezem voedt geen twijfel meer!
Zij valt ontroerd aan Jezus knieën neder,
Staart op, en noemt hem haren Heer!