Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

De naar de Eeuwigheid snellende. CXLII Lied. Voize Psalm LXXXIV.

1 Myn leven is een vreemdlingsstand: Ik ben op reiz' naar 't Vaderland, Naar

het Jeruzalem hier booven, Die stad, die God heeft vast gegrond, Op 't bloed van 't eeuwig heilverbond; Daar zal 'k myn God gestadig loven. Myn leven is een vreemdlingschap, Naar 't Vaderland doe 'k stap op stap. 2 Zoo ras 't geen ik aanschouw, zoo ras En schichtig loopt myn levensglas: Niets keert te rug, als 't is vervloten: Ik yle zoo

naar d'eeuwigheid. O Jesus! maak my toch bereid! Ach! werd myn oog door U ontsloten, Geef, dat ik 't aardsche draf veracht', En naar 't bestendig heil- goed tracht'! 3 Geen reis kan zonder moeite zyn, De levensweg baart ook wel pyn; Men wan- delt niet langs roozen dreven: De weg is eng en hun getal Is groot, die doelen op

myn val, 'k Moet vaak door scherpe doornen streven, Door dorre wildernis- sen gaan, Daar 'k zelfs geen uitweg in kan slaan. 4 Hoe vaak verdwynt voor myn gezicht Die Zon, door wier genade licht, De Ziel des vroomen wordt beschenen: Vaak treft m' een regenbuy en wind, Zoo dat myn Geest geen stilte vind'; Maar al

die smert is ras verdwenen, Wyl ik, wat leed my ook gebeur', Mag staren op de he- meldeur. 5 O Gy, die Israël behoudt, En zelv een vreemdling worden woudt, Toen Gy ons vleesch hebt aangenomen, Toon my in 't woord, Uw gangen aan: Laat my, hoe verder ik zal gaan, Steets nader aan Uw heilgoed komen: Myn tyd vliegt heen, ach!

heel myn smart! Kom herwaards, als een rennend hart. 6 Geleid my heilig door Uw Geest: Maak my geduldig, onbevreest: Laat my niet wank'len in myn schreden; Ik val gestadig, help my dra: Trek my, dan loop ik Heer U na: Zyt Gy myn schild in tegenheden: Geef, dat ik nooit, in duisterniss, Het licht van Uw

Genade miss'. 7 O Heilfontein! zoo groot van kracht! Wanneer myn hart door dorst versmacht, Laat my dan laafenis ontvangen; En als myn Ziel van 't lichaam scheid, Voer my dan in de zaligheid, Daar stryd, of ramp ons nooit zal prangen: Laat my daar zyn in Abrams schoot, Uw lieveling en huisgenoot.

8 Ben ik dan hier, in Mesegs tent, Der blinde waereld onbekend, Myn echte vrien- den zyn hier booven, Daar zal ik, met die zaal'ge schaar, U, met geheiligd vreugd- gebaar, Ten blyk, van reine liefde, loven. Myn Bruidegom vertoef niet lang, 't Valt my in Kedars hutten bang.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove