C. Betrachting van Gods Schepzelen in de Zomer en Herfst, gelyk ook op de Reize te Water en te and. LVI Lied. Voize Psalm LXXXI.
1 Onbevatbaar Goed! Eenig God en Vader! Heer, Die wondren doet, Drie- maal Heilig God! Sterke Zebaoth, Dien 'k eerbiedig nader.
2 Wil eerbiedigheid Aan myn Ziele schen- ken: Maak Gy my bereid, Dat, terwyl ik zing, 't Hart naar boven dring', Op Uw wil en wenken. 3 Voegt U met my saam, Hemel Lucht en Aarde, Dat des Heeren Naam, Met een bly geschal, Hier en overal, Zy geroemt naar waarde! 4 't Helder blinkend licht, Als de Zon komt ryzen Werkt op myn gezicht:
Geef dat 'k gade sla En Uw magt versta Die m' Uw werken wyzen. 5 'k Zie het Starrendak Als een Spiegel pryken, Zonder smet of vlak; Doe als van het goud Dat de proev' uithoudt, Valsheid van my wyken. 6 In de lucht o Heer Galmen duizend klanken Tot Uw roem en eer; 'k Voeg myn stem 'er by, 't Geen ontbreekt aan my, Geef 't my, 'k zal U danken.
7 d'Aarde toont, o Heer! Uwe groote daden: O Hoe groendt zy weer, Pronkt met nieuwe pracht, Praalt en juicht en lacht, Is met vrucht beladen. 8 O God! tot Uw' lof Geven Rotsen, Klippen, en de Bergen stoff; Daarom U, myn Heer! U, myn Rots en Eer! Juichen myne lippen. 9 Heer! hoe ruischt de vloed In de diepe gronden! Dit streelt myn gemoed; Bron
van zaligheid! Dat Uw Majesteit Zy van my gevonden. 10 't Groot en klein Gediert' Eert, o He- melkoning! U, Die 't al bestiert; Al wat zich verroert Wordt door U gevoert; Leid my tot Uw woning. 11 Veel en groot en goed Vind ik Uwe werken: In al 't geen Gy doet, Zie ik maat noch paal: Ach dat w' allemaal Hier op mocht en merken!
12 Wondre wysheids kracht Maakte deeze dingen: d'Aard is vol van pracht En ver- vult met goed; Op! myn Ziel! Gy moet Halelujahs zingen!
Cookies on Poetry Cove