Gebed om Geloove, Liefde, Hoope, Zachtmoedigheid, Demoedigheid en Bestendigheid. CVII Lied. Voize Psalm XCI.
1 Help my, myn God! help, dat myn hart Naar U steets moog verlangen En tot U zuchten als my smart En wroegend' angsten prangen! Ai! geef, dat ik - Elk oogenblik U in myn kruis moog vinden: Dat my voortaan - Geen euveldaan Met
snoode strikken binden! 2 Geef, dat ik, met berouw bedeest, My U moog' overgeven, En steets, met een gebroken Geest, In waare boete leven: Voor U moog trêen - Myn schuld beween: Geef dat ik my der armen, In hunnen nood, - Van hulp ontbloot, Mildadig moog erbarmen! 3 Laat Heer! de lust van 't zondig vleesch Op my nooit zegepralen: Geef, dat ik U
recht liev' en vreez'. Uw Geest laat my bestraalen! Laat my in nood, - Tot in- den dood, U en Uw Woord belyden: Geen tydlyk goed - Trek myn gemoed Dit zalig spoor bezyden. 4 Maak my van felle gramschap vry; Laat zachtheid my bestieren: Ontsla myn Ziel van hovaardy; Laat ootmoed haar versie- ren: Wil 't heimlyk zaad - Van 't zon- dig kwaad Uit mynen boezem trekken;
Wil Uw genaa - My vroeg en spaa, Door Troost en vreugd, ontdekken. 5 Sterk myne liefde, sterk 't geloov; Laat nooit myn hoop bezwyken; Dat niets my myn vetrouwen roov', Nooit moet ik van U wyken: Bewaar myn mond, - Dat hy geen grond Van vreeze moog verwekken: Voed Gy myn lyf; - Maar dat het blyv' Bevryd van geile vlekken! 6 Geef, dat ik trouw en vlytig zy, In 't
geen ik moet beschikken: Dat Eerzucht, Stoutheid, Huichlary My nimmermeer verstrikken: Dat nimmer haat; - Of ei- genbaat, Of wulpsheid my beheeren: Een wreevle zin, - Of boos gewin Moet nooit myn Ziel onteeren! 7 Doe my steets volgen trouwen raad, Vlien dwaling en gebreken: Den armen bystaan met de daad: Voor vriend en vyand smee- ken, Een yder man, - Zoo veel ik kan
Verplichten: 't booze haten: Naar Uw gebod, - O hooge God! Tot ik zal d'aard' verlaten.
Cookies on Poetry Cove