Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

C Van Het Genade verbond. LXVI Lied. Voize Lied LXV.

De Bond-God. 1 Ik ben Uw God en Hoogste Goed, Ik ben met U bevreedigt, Doch 't kost een onwaardeerbaar bloed, Zoo vaak door schuld beledigt Den Goddeloozen geef ik 't recht Schoon dat hy was des duivels knecht, Om als myn kinders t' erven.

De Bond-genoot. 2 Ach Vader 'k ben geheel onwaard All Uwe Gunstbewyzen. Myn laster ging met haat gepaard, Daar ik Uw Naam moest pryzen. Wie ben ik? wat 's myn huis? o Heer! Rechtvaardig wierpt Gy my ter neêr Verstooten door Uw' wrake. De Bond-God. 3 Neen neen! myn vry Genâverbond

Is vol van vreed' en zegen; De Borge, die in 't midden stond, Maakt my tot U gene- gen: Ik ben eens Zondaars zalig God, Zoo Christus is Zyn deel en lot, Doch Gy moet zonden myden. De Bond-genoot. 4 Schep dan in my een zuiver hart, O Schepper aller dingen! Verbreek myn trots door rouw en smart; Wil d'ouden mensch

bedwingen. Niets kan ik zonder U o Heer! Zend my myn Bond God sterkte neêr! Gy zyt toch Groot en Magtig. De Bond-God. 5 Ik heb alreets aan U gedacht, In einde- loos erbarmen: 't Genaê besluit geeft Je- sus kracht: Loop loop maar in Zyn armen. Ter Wysheid en Gerechtigheid, Ter Heiliging is Hy bereid: Hy is 't randzoen geworden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove