D. Verlating van de Zonden. CIII Lied. Voize Psalm XLII.
1 Weg ga weg gy ydelheden! Blyft my voortaan onbekend. 'k Heb berouw, dat ik myn treden Heb zoo vaak naar U gewend. Als ik eens te rugge ga, 't Vorig
leven gade sla, O! dan sla 'k myn oogen- leden Treurig, schaamrood naar beneden. 2 Wat ik moest met yver haten Als een gif, dat my verstikt, Wat ik billyk moest verlaten, Daar aan heb ik my verkwikt: 'k Vond in duisternis het licht: 'k Week halstarrig van myn plicht: 'k Liep, met gansch verkeerde zinnen, Om het kwaad te gaan beginnen. 3 Zyt vervloekt gy vuile zonden! 'k Heb
helaas my zelv vergist, Toen 'k my heb aan U verbonden. Yd'le schaduw! yd'lemist! Zyt vervloekt, wykt heen en keer Nim- mer voor myn oogen weêr; 'k Wil die lusten af doen sterven, Die myn arme Ziel verderven. 4 Vuile wellust! dartel leven! Oogenlust en hoogmoed vliedt: 'k Had my wel aan U gegeven, Maar vliedt heen, verdwyn tot niet! Oogen hart en zinen hand Grypt
ai grypt een ander pand, Dat geen tyd, noch leed kan schaden, Maar U eeuwig zal verzaden. 5 Wyk van my, voor eeuwig, heenen Waereld met Uw tooi en pracht: Gy kunt nimmer heil verleenen: In Uw dienst is 's duivels magt. Zoetste Jesus! bron van goed! Kom! ai kom in myn gemoed! Laat een drop van Uw genade Heelen my- ner Ziele schade.
6 'k Wil my nu niet meer verblyden In, het geen de waereld heeft; 'k Denk Heer! aan Uw smertlyk lyden, Dat myn Ziel ver- troosting geeft. Laat toch, in myn hart, voortaan Uw gedagt'nis eeuwig staan: 'k Wil het zondig kwaad vervloeken, En alleen myn Jesus zoeken. 7 Och of 't hart U opgezonden Als een of- fer U geviel! Dat ik in Uw diepe wonden Ruste vond voor myne Ziel! Ach! ver-
geet myn euveldaân! Zie my met ontfer- ming aan: Denk aan my, als aan een armen, En wil myner U erbarmen!
Cookies on Poetry Cove