Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

D Van het geloove. Gebed om het Geloove, hoope, liefde, bestendigheid, en zegenpraal in aanvegtingen. LXXVIII Lied.

1 U, Zalig God! U roep ik aan; Ver- hoor myn angstig klagen: Zyt met myn smert o Heer! begaan: Laat my toch niet vertzagen. Heel door 't Geloov myn ziele

pyn, Wil my door 't zelve geven U te le- ven, Den naasten nut te zyn, En voor uw woord te beeven. 2 'K begeer noch meer, o magtig God! Gy kunt het aan my geven, Dat ik niet weder zy ten spot: Doe my in hoope le- ven; Dat ik, wanneer ik heen zal gaan, Moog op Uw Gunst betrouwen, En niet bouwen Op all' myn goede daân: 'T zou m' anders eeuwig rouwen.

3 Geef dat ik, uit myns harte grond, Myn haatren moog vergeven: Vergeef my ook ter deezer stond, Schenk my 't vernieuwde leven. Uw Woord zy spyze voor myn Geest, Om hem daar meê te voeden, En te hoeden, Als ramp my maakt bevreesd, Laat die niet lange woeden. 4 Dat vrees, noch vreugd my van U scheid', Hoe 's waerelds rad moog keeren: Geef my, o Heer! standvastigheid, Gy kunt het

al regeeren. Gy Geeft het hoogste goed om niet: Want niemand kan 't verwerven, Noch beërven, Dan dien 't uw goedheid bied, Die ons bevrydt van sterven. 5 Ik worstel, Heer, en wederstreev, Laat my toch niet versmachten, Wyl 'k slegts aan Uw genade kleef: Van u zyn all' myn krachten. Word' ik bestreden, ai bewaar, En red m' uit 's vyands kaaken, Gy kunt maken Dat ik raak uit gevaar; Nooit

zult G' Uw trouw verzaaken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove