XXII. Lied. Voize Lied LXXXII.
1. Wel aan geliefde Christen Schaar Vergader saamen, help elkaar, In God den Heer te pryzen: Verhef de Ziel, ontsluit
den mond, Dank Hem verheugd uit 's har- tengrond, Gy moet Hem eer bewyzen: Hy doet Zyn goed, Ons aanschouwen, Wy ver- trouwen; 't Heil zal weder, Uit den Hemel, dalen neder. 2 Hy schenkt ons weer een ander Jaar, Wy zyn behoed in veel gevaar Met Vaderlyke zorge. Uw lof, o Jesus, zy verbreid, Dat Gy den Mensch uit teederheid Geworden zyt ten Borge, Zoek saam Zyn Naam Door
Gebeden Op dit heden En wil wenschen Een goed Jaar den Christen Menschen. 3 O nooit volprezen Hemelheer, Uw Heil dit Jaar aan ons vermeer, Laat toch Uw Ze- gen vlieten, Op Uwe gantsche Christen Kerk, Met Uw Genade krachtig Werk; Laat ons voortaan genieten Vryheid, Blyheid, Stort Uw Zegen, Als een regen Op de landen, Dek ons door Uw magt'ge handen. 4 Dat Goedheid zy aan trouw gehegt, Dat
Waarheid groey', dat Vreed' en Recht El- kand'ren minzaam groeten. O Heer, door Uw mildadigheid Zy 't gantsche Land veel heils bereid, Doe ons Uw Gunst ontmoeten. Ai keer, O Heer! Tot ons weeder En daal needer Uit den hoogen, Dat w'Uw Goedheid smaaken mogen.
Deeze volgende Vaersen kunnen ook op Biddag, en anderzints, gezongen worden. 5 O Hooggeduchte Majefteit, Uw Zegen
rust' op d'Overheid, Schenk ons getrouwe Rech- ters; Dat zy met wysheid, vlyt en moed, Beschermen 's Burgers eer en goed, Schenk vroome twist beslechters. O Heer Geef meêr Trouwe Preekers, Kwaat-verbreekers, Die met gaaven Van den Geest uw Waarheid staaven. 6. In ieders Huis en Huisgezin Keer met den Vreed' en Zegen in, Geef liefde den Ge- trouwden. Uw Geest bewaar de teedre
Jeugd In Kuisheid en oprechte Deugd, Dek 't gryze hooft der Ouden. O Heer Zie neêr Ook op d'Armen Met erbarmen, Wil hun gee- ven Spys en drank om van te leeven. 7 Dat Waarheids held're Zonneschyn Bestraal die op den dwaalweg zyn, In dikke Duis- ternissen. Breng tot Uw Kerk en Dienst, ô Heer, En leid hen in Uw reine Leer, Die 't spoor der Waarheid missen. Dat zy, Uw bly Vader noemen, Jesus roemen, Als hun
Voorspraak, En hun heil en leevens oorzaak. 8 Ach Heer, geef ons naar Uw Verbond Een nieuw Gemoed een reinen mond, Geef nieuwe kracht en leeven, Op dat all' onze leevenstyd, Aan Uwen dienst zy toegewyd, En w'ons U overgeeven. Uw Geest, Wil meest, Ons bewerken, En versterken Onze harten, Als wy zyn omringt van smarten. 9 O Jesus hoogste Majesteit, Uw Kerk be- staa in eeuwigheid, Wil altyd voor haar
stryden. Behoud ons by uw zuiver Woord, Schenk ons Uw heil, dat w'ongestoort Uw Grooten Naam belyden. Tot wy, Eens vry Van de banden, Zond en schanden, U, hier booven, Eeuwig voor Uw Goedheid loven. 10 Zingt Hallelujah al gelyk, Zegt, onzen God behoort het Ryk, Hem moet men eeu- wig eeren; Hy heeft het alles wel gedaan; Hy bragt de Zaligheid ons aan, Lof zy den
Heer der Heeren: Krachtig, Magtig, Wonderbaarlyk, Is Hy waarlyk, Wil Hem pryzen, En met Lofzang eer bewyzen.
Cookies on Poetry Cove