Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

C. Van het Vertrouwen op God. CXI Lied. Voize Lied LXXXV.

1 Op God, zoo goed, als groot, Ver- trouw ik, in myn nood; Hy kan my wel bevryden, Uit droefheid angst en lyden, Hy kan my voorspoed schenken: 't Draait alles naar Zyn wenken! 2 Schoon my myn schuld beticht, Myn

hoop niet ganschlyk zwicht: Ik zal op Christus bouwen, Op Hem alleen vertrou- wen; Ik zal, in dood en leven, My aan Hem overgeven. 3 Daal ik ter grafsteed' in, De dood is my gewin; Want Christus is myn leven, 'k Heb my aan Hem gegeven, Al sterv' ik nu, of morgen, Hy zal myn Ziel ver- zorgen. 4 O Jesus! die myn schuld Zoo lydzaam

hebt vervuld, En zyt aan 't Kruis gestor- ven, Die my hebt heil verworven; Ja al Uw volk by 't sterven Het hemelryk doet erven. 5 Hoor my, genadig Heer! 'k Val aan Uw voeten neêr; Help my, als 'k zal bezwy- ken, Uw opzicht laat niet wyken: Wil my ten Hemel leiden, 'k Zy zalig by 't verscheiden. 6 'k Zeg amen t'allen stond: 'k Vertrouw

uit 's harten grond: Gy zult ons nooit be- geven, Zoo lang w' op aarde leven, Op dat wy eens te samen U eeuwig pryzen, amen!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove