Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

De in God Vergenoegde en Vrolyke. XCII Lied, Voize Psam XXIV

1 Wat kwelt U toch, ontroerde Geest, Beveel Uw wegen, onbevreest, Aan U- wen God, hy zal 't wel maken. Geloof maar, Gy zult alles zien, Naar zyn be- paalden wil, geschiên: Gy zult de grootste blydschap smaaken. 2 Niets is Hem immers onbekent, Wyl

Hy het alles keert en went! Wat kan zyn raadbesluit doch hindren? Geen Engel, Koning, hel, of dood, Geen Afgrond, hoogte, smert, of nood Kan van Gods raad een stip vermindren. 3 Vorst Davids heilgoed zal bestaan: Nooit zal het Zout verbond vergaan: 'T is vast gemaakt door Jesus wonden. Een mensch bedriegt zyn naasten wel; Doch nooit de God van Israël; 'T is uit met dood en hel

en zonden! 4 Wel hem, die in het heilverbond, Als bondgenoot, met hart en mond Den groo- ten God wil hulde zweeren: Die weldoet, en uit dankbaarheid, Als Jesus Litmaat, is bereid, Zyn traagen naasten te bekee- ren. 5 Wel U, Gy hebt het hoogste goed, Die alles uit geloove doet, En wild in liefd' oprecht verkeeren; U is bestendig heil be-

reid, Zelfs, midden in de tegenheid, Zal U uw vyand moeten eeren. 6 Wel dan, is U de weg bewust, Heb in den Heer Uw hoogsten lust, Gy moogt U aan Hem overgeven. Schep moed, dewyl Hy in U is, Zulk een geweten is gewis Een Eeuwigduurend Zalig Leven!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove