Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

CXLVI Lied. Voize Psalm XLII.

1 Omyn Ziel! wil u verblyden: Denk aan leed noch ongeval, Christus wil U thans bevryden Van dit droevig tranendal: Uit Uw smerten en geween Vaart Gy naar die vreugde heen, Nooit gehoord van menschen ooren, Nooit door droefenis te stooren. 2 In myn kruis en tegenheden Heb 'k den

Heer by dag en nacht Op het yverigst ge- beden, En op uitkomst staag gewacht; Even als een ryzend man, Die het eind bereiken kan, Blyd' is, zoo was al myn hopen, Dat myn weg ten eind mocht loopen. 3 Want, gelyk de purpre roozen Rond- om in de doornen staan Moet Gods volk ook zoo, by poozen, Door gevaar en droef heid gaan: Even als een storm het meir Dryft geweldig op en neêr, Zoo is 't

leven hier beneden, Vol betroert' en tegen- heden. 4 Waereld, duivel, dood en zonden, Ja ons eigen vleesch en bloed Plagen ons, en geven wonden, En benemen al den moed: Angst en wee vervult ons hart: Elke dag is vol van smart: Naauwlyk zyn wy noch geboren, Of wy zien ons druk beschoren. 5 By het lichten van den morgen, Als de

slaap myn oog ontvlied, Zie ik my om- ringt met zorgen, Kommer, angst en ziel- verdriet: Tranen die ons oog vergoot Zyn voorwaar ons daaglyks brood; En, als 't Zonlicht is verdwenen, Blyst ons niets dan klagend weenen. 6 Des ô Morgenstar! wier stralen Nimmer, nimmer ondergaan! Laat my nooit in 't duister dwalen: Heer! Gy hebt voor my voldaan; Geef dan dat 'k van hier beneên,

Vrolyk vaar ten hemel heen: Laat Uw licht niet van my wyken: Laat my hulp- loos niet bezwyken. 7 Op uw lyden zal ik hopen, Als de dood my overmant: Door uw wonden zal ik loopen Naar het Hemelsch Vaderland; Voer my in het Paradys, Dat Gy Uwen Naam ten prys, Deed den moordenaar verwerven, Laat my daar een eerkroon erven.

8 Of 't gezicht my dan moog breken, Of 't gehoor dan gansch verga, Of myn tong dan niets kan spreken, Of 't verstand dan niets versta, Gy zyt my, schoon dit ge- beur', Licht en leven, weg en deur: Gy zult door Uw hand my leiên By de Zaal- ge Hemelreyen. 9 Voer my, op Elias wagen, Hemelwaards met d'Englen schaar; Dat myn Ziel, het stof ontdragen, Zy by Lazarus, ja daar

Laat haar rusten in Uw schoot, Vol van vreugde, buiten nood, Tot myn stoflyk deel verrezen Weêr met haar vereend zal wezen. 10 O myn Ziel! wil U verblyden: Denk niet meer aan ongeval: Christus roept U uit dit lyden, Uit dit smertlyk tranendal; Gy zult zonder eind verheugd Deelen in de Hemelvreugd, Daar Gy, met de he- melingen, Eeuwiglyk triumph zultzingen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove