C. Toevlucht tot den Genade Troon.
C Lied.
1 O God, hoe groot, Hoe swaar en snood
Zyn myn begaane Zonden! Hier word voor-
waar In dit gevaar Voor my geen hulp ge-
vonden.
2 Liep ik met vlyt Myn ganschen tyd
Tot 's waerelds verste paalen, Om van myn
pyn Bevryd te zyn, 'Er was geen hulp te
haalen.
3 Ik vlucht tot U; Ai! wil my nu Niet af-
slaan om myn Zonden! Ai toorn niet
meer! Ai richt niet Heer; Uw Zoon heeft
heil gevonden!
4 Doch moet het zyn, Dat straf en pyn
Het zondig kwaad verzellen; Laat pyn en
straf, My slegts tot 't graf, Maar niet hier
namaals knellen.
5 Geef my geduld, Vergeef myn schuld,
Geef een geboogen harte, Op dat ik niet,
't Geen vaak geschied, Myn heil verlies
in smarte.
6 Doe naar Uw wll, 'k Zal lyden stil, Ik
zal Uw hulp verbeiden. Wat my ook scha
Zoo 'k maar hier na Van U niet zy ge-
scheiden.
7 Gelyk wel ras Naar 't dicht gewas Een
vogel heen gaat vluchten, Op dat hy vry
Van 't onweer zy, Dat mensch en vee doet
zuchten.
8 Zoo vlucht alleen Myn Ziel nu heen
Naar Jesus bloed en wonden; Toen zond'
en dood My bracht in nood, Heb ik daar
hulp gevonden.
9 Dit 's myn verblyf, Schoon Ziel en lyf
Hier van elkander scheiden, Zoo blyft by
God m' Een zalig lot In Hemelvreugd
bescheiden.
10 Des zy U d' eer Drieëenig Heer, Zoon
Geest en Vader samen! Ik steun nu voort
Op Christus woord: 't Geloov maakt za-
lig. Amen!