Het Oude Lied Een Kindeken zoo lovenswaard. In beeteren Rym.
XVI. Lied.
1. 't Hoogst lovenswaardig Wonder-
Kind, Kwam nederig op Aarde; Des Hoog-
sten Zoon heeft ons bemind, De Hemel
pryst Zyn waarde: Zoo niet dit Kind gebo-
ren waar, Verloren gingen w' allegaâr; Hy
wild' als Borg zich stellen Voor ons, ô welk
zalig Lot! Mensch geworden Zoon van God
Laat ons de hel nooit kwellen.
2 Dees dag geeft ons tot vreugde stof, Men
roem den God der Goden, Nu Christus zich,
uit 't Hemelhof, Aan ons heeft aangeboden;
O Weldaad die geen weerga heeft, O Gunst
die ons de Godheid geeft Een Knegt is Hy
geworden, Dat wy wierden eeuwig ryk, Werd
Hy ons geheel gelyk, En trad in 's Men-
schen orden.
3 Zeg dan ook dank ô Christenheid Oprecht
aan Gods Genade, Smeek dat de Hemelma-
jesteit, Ons schild zy vroeg en spade, En
van de dwaalleer ons bewaar, Die steeds de
Ziel brengt in gevaar, Hy wil de schuld ver-
geeven; Heilig en Drieëenig Heer! Sterk 't Ge-
loove meer en meer, Laat ons in vreede leeven.