Het Te Deum Laudamus. In eenen anderen Rym. X. Lied. Voize Psalm C.
1. Wy loven U, ô God en Heer, Wy zingen Uwen Naam ter Eer, Uw Roem ver- heft het gantsch heelal Oneindig God met bly geschal. 2. De Hemelschaar en 't Englendom Verbreid Uw Naam en Roem alom, Zingt met den zuivren Cherubim En onbevlekten Seraphim.
3 Hoogheilig is de Groote God, Jehovah Heere Sebaoth, Die driemaal Heilig, zy gevreest, God Vader, Zoon en Heilgen Geest. 4 Uw Groote Magt en Heerlykheid Is door het gantsch heelal verspreid: t'Apostel en Pro- pheeten tal Roemt Uwen Naam met vreugd geschal. 5 Der trouwe Martelaaren lof Verheft U in het Hemelhof; De gantsche Schaar van 't Chris- tendom Voert Uwen Roem der waereld om.
6 Zy looft U, Vader op Uw Throon: Met Uwen eengeboornen Zoon En Heilgen Geest, Die troost en leert, Word G'als drieënig God geëert. 7. O Koning Jesus, Zoon van God, Daar 't Schepsel knielt op Uw Gebod, Werdt Gy een Knegt van elk veracht, Tot heil van Adams Nageslacht. 8 Den dood hebt Gy van magt ontbloot, Op dat Uw Volk het heil genoot: Gy zit, in alles
God gelyk, Ter Regtehand in 's Vaders Ryk. 9 Gy zult als Richter op Uw Throon Den Mensch eens geeven straf of loon. Sta Heer ons Uwe Dienaars by, Die, door Uw Bloed, gemaakt zyn vry. 10 Verzegel Heer aan ons gemoed Ons deel aan 't eeuwig Hemels goed, O Jesus help Uw Volk in nood, Bevryd Uw Erfdeel van den dood. 11 Bescherm Uw' Kerk ô Opperheer, Tot Gy
haar kroont met eeuwig' eer: Wy roemen U met diep ontzag En pryzen U Heer dag by dag. 12 Behoed ons toch van 't zondig kwaad, Dat Gy naar Uwe Reinheid haat: Weer van ons allen tegenspoed, Schenk ons uw gunst en duur- zaam goed. 13 Bewys ons Uw Barmhartigheid En doe ons, door Uw Geest geleid, Der Waereld nimmer zyn ten spott. Op U betrouwen wy ô God.
Cookies on Poetry Cove