W.
Waar is uw prikkel nu ô Dood!
142
Waar zal ik heenen gaan?
511
Wanneer myn uur voorhanden is.
818
Wanneer zult gy Sion bouwen.
583
Wat Kwelt u toch ontroerde Geest
561
Wat pronkt die morgenstar met glans.
498
Wat wil d'aarde zich verheffen?
675
Wederom een jaar verdweenen.
71
Weg ga weg gy ydelheden.
616
Weg met waan en ydelheden.
684
Weg spreek my niet van Goud of schatten.
659
Wel aan Geliefde Christen Schaar.
79
Wie ben ik, Zondaar, aardsche worm.
413
Wie kan voor u o Heer bestaan?
517
Wie maar den Hoogen God laat werken.
391
Wie red my toch, waar zal ik heen?
442
Wil in smert de trouw bewaren.
551
Wil ô Ziel! de Godheid pryzen.
766
Wilt Gy ô myn Gemoed.
396
Wilt toch uw wetboek en Gebod.
187
Wy bidden u, ô Heilige Geest.
163
Wy loven u, ô God en Heer.
34
Wy pryzen u: ô Heer.
29