Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

B. Van den Eeuwigen Vreedensraad, en Deszelfs uitvoeringe door Christus. LXV Lied

1 Verheugt U, Christenen, te saam, Dat wy van vreugde springen: En wel getroost, in 's Heeren Naam, Met lust en liefde zingen, Hoe God aan ons heeft wel- gedaan, Door wondren, die nu voor ons staan, Zoo duur door Hem verworven!

2 Ik lag, geboeit in 's duivels magt, En in den dood verloren: Myn zonde trof my dag en nacht, Waar in ik was gebo- ren. Ik zonk steeds dieper in het kwaad: Ja nooit deed ik een goede daad, Door zonde gansch gevangen. 3 Myn werken hadden geen gewicht: Ik was geheel verdorven: Myn vrye wil kon in 't gericht Niet staan en was gestorven.

De wanhoop riep, met open mond, Dat my de dood te wagten stond, En 'k moest ter helle zinken. 4 Maar God had reets van Eeuwigheid, Myn jammer gaâ geslagen: En my gena- de toegezeid, Door gunstryk welbehagen: Hy toond' zyn Vaderlyk gemoed, En gaf aan my het grootste goed, Dat Hy my ooit kon schenken.

5 Hy sprak tot Zynen lieven Zoon, 't Is tyd om ons t'erbarmen! Vaar heen uit on- zen Hemeltroon, En zyt het Heil der ar- men: Red hen uit hunnen Zonde nood: Verslindt voor hen den bittren dood, En laat hen met U leven. 6 De Zoon voldeed aan 's Vaders woord: Hy kwam tot my op aarde, En uit een zuiv're Maagd hervoort, Die dus myn Broe-

der baarde: Hy wend' Zyn magt in stilheid aan: Als Knecht kwam Hy ten dienste staan, Om 's duivels magt te breeken. 7 Hy sprak: houd U aan my, o Ziel! Dan zult Gy U verblyden, Wyl ik voor U in smerte viel, En nu voor U zal stry- den. Ik ben voor U, Gy zyt voor my. Daar ik ben, zult ook wezen Gy, Geen vyand zal ons scheiden.

8 'k voldoe voor U en stort myn bloed: Men zal my 't leven rooven: En uit dit lyden spruit U 't goed', Dit moet Gy vast gelooven. Ik geef myn leven in den dood: Myn onschuld red' U uit den nood, Dus zult Gy zalig worden! 9 Ik keer tot mynen Vader weer: 'k Ver- laat dit sterflyk leven; En, als ik heerlyk triumpheer, Zal ik den Geest U geven,

Die U, in smart, met troost verkwikt, U maakt tot mynen dienst geschikt, En zal ter waarheid leiden. 10 Al wat ik deed en heb geleerd, Moet gy ook doen en leeren, Op dat Gods Ryk zo werd vermeerd En men Zyn Naam moog eeren Ai! volg geen menschelyk gebod: Dit voert en trekt U af van God. Deez' zyn myn laatste lessen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove