Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

B. Betrachting van Gods Schepzelen in de Lente. LV Lied. Voize Psalm LXXIV.

1 O God! Uw magt wordt my hier openbaar: Ik sta verbaast door Uwe groote werken, Die Gy my laat zoo menigvuldig merken, 'k Word' we liefd' op 't duide- lykst gewaar. 2 Hoe opent zich de hard bevroren grond, Dien korts de sneeuw als witte wol bedekte!

Dat dit o God! myn trage ziel opwekte: Dat z' ook Uw lof vermeldt aan 't gan- sche rond. 3 Hoe schittren daar de bloemen door haar pracht! 'k Zie rood en geel door purpre bladen zwieren: Hoe pronken daar narcissen, violieren; U zy door my ook reukwerk toegebracht! 4 De Zon vernieuwt het al door haaren gloed: De by vliegt uit, om honig te ver-

garen. Wil ook, myn Licht! Uw glans my openbaren, Hem vloekt Gy toch, die Uwen wil niet doet. 5 't Gevogelt meld, met wildzang, 's Hee- ren lof: De Leeurik streeft al zingend naar den Hemel: Wel aan myn Ziel! rys uit het aards gewemel; Zing al wat kan; gy hebt tot zingen stoff! 6 'k Ontfing hier toe een redelyken Geest, Hier toe ben ik van eeuwigheid verkoren:

En tot Uw eer ben ik myn God! geboren: Ja dit is 't doel van Jesus dood geweest.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove