Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

LVIII Lied. Voize Lied CV.

1 Wilt Gy, o myn gemoed! Daar op bedenking maken, Dat geen verandring heeft? Beveel God alle zaken: Dat ik niet vatten kan, Is aan den Heer bekent, Die alles, wat Gy ziet, Ter Zyner Eere wendt 2 Zal dan d'Elendeling Ten hoogen Hemel ryzen? Zal 't arme Schepzel dan Aan Zy- nen Schepper wyzen, Wat Hy verrichten

moet? Behoeft Hy iemands raad, Door wien het gansch heelal Reeds zoo veel eeuwen staat? 3 Ach neen o Groote God U zy het op- gedragen! Maak Gy het, zoo Gy wilt Doe, naar uw welbehagen. Of schoon het zeldsaam schynt, Het is toch eindlyk goed, Al wat Uw wondermagt En hoogste wys- heid doet. 4 O Vader! wil daar by My met Uw Gunst

vereeren, Op dat zoo alles moog Voor my ten besten keeren: Bewaar de plaats, daar 'k leef, Dat nergens zy geklach! Dat het voor my en 't volk Verdraaglyk wezen mag! 5 't Geloov is wel zeer zwak, Doch schenk my uitgenade, Dat het oprecht zy Heer! Dat het myn ziel niet schade. Hoe wonder- lyk 't ook ga, 't Staat alles in Uw magt, U zy daar ook alleen De lof voor toege-

bragt. 6 God Vader U, niet ons Niet ons zy eer bewezen! O Jesus! Uwe lof Uw Naam zy steeds geprezen! U God den Geest zy roem, Zy heerlykheid daar voor, Wat Gy gestadig doet De gansche waereld door!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove