Bidlied om Bekeeringe der Ongeloovigen, Dwaalenden, en Onbekeerden.
VIII. LIED.
Voize Psalm C.
1. O God in Christus, zuiver Licht! Die
U niet kennen leer hun plicht; Tot Jesus
schaapskooy breng hen by, Op dat hun ziele
zaalig zy.
2. Vervul met Uw genade schyn, Hen die
noch op den dwaalweg zyn: Ook dien, die
door een valschen waan, Zich zelv' het goede
voor laat staan.
3 Die Uwen dienst verlaaten had, Geleid weer
op het regte pad; 't Gekwetst geweete gun-
stig heel, En geef hem aan den Hemel deel.
4 Gun het gehoor den dooven weer, Den
stommen vaardig spreeken leer: Die niet be-
kennen op wat grond, Tot hier toe, hun ge-
loove stond.
5 Die blind zyn, door den Geest verlicht;
Breng hen die dwaalen tot hun plicht: Ver-
zaamel die in 't wilde gaan, Bevestig die in
twyffel staan.
6. Zoo zullen zy, met ons gelyk, Op Aard'
en in het Hemelryk, Hier en hier na, Uw
Gunst en Eer Verheffen eindeloos, ô Heer.