C. Bidlied, in Oorlogstyden. CXXVIII Lied. Voize Psalm XLII.
1 Geef o God! het Land den vreede, Daar Gy hebt Uw Woord geplant: Deel ons heil en voorspoed mede: Zegen ons aan allen kant: Demp het blakend oorlogs- vuur: Schenk ons vrêe, die eeuwig duur! Geef dat wy standvastig stryden, En Uw woord gerust belyden.
2 Doe Uw Kerk den vreê beërven, Die U voor haar Koning houd, Die alleen op 's Heilands sterven, Haare heilverwagting bouwt. Blyf Gy onze Burgt en rots: Breek der volkren magt en trots, Die Uw Volk en Kerk bestryden: Dek ons Heer aan al- le zyden. 3 Heer! schenk vreed' in alle streeken, Daar Uw Woord zich heeft verspreid. Laat dat nimmer ons ontbreeken: Dus wordt
toch Uw lof verbreid. Stuit de dwaal- leer, die de kracht Van Uw Godlyk Woord veracht: Laat Uw waarheid ons verlichten, En Uw Woord Uw Kind'- ren stichten. 4 Heer! geef vreed' in onze tyden, Dat Uw erv' niet nederstort'! Gy o God! moet voor ons stryden; Menschen magt schiet veel te kort. Jesus Christus, Die altyd Onze Vorst en Veldheer zyt, Stryd voor ons,
Uw bondgenooten Wil den vyant ne- derstooten. 5 Geef den vreê; spaar onze landen; Zie hoe fel de vyand woed': Zie hem moor- den, plundren, branden: Hoor der Zui- gelingen bloed, Dat om wraak ten He- mel schreit: Toon Heer! Uw rechtvaar- digheid: Doe den vyand, voor die plagen, Zyn verdiende straffe dragen. 6 Schenk ons Heer! den vree van bo-
ven, Die geen booze waereld geeft, Wyl z', om eer en goed te rooven, Steets in kryg en onrust leeft. Vreede Vorst! Genadig Heer! Geeft G' aan ons, den vreede weer; U, U zullen w' eer bewyzen, En Uw Naam in vreede pryzen!
Cookies on Poetry Cove