Skip to content
1766

CL geestlyke gezangen

Abdias Velingius

De zyne dagen tellende. CXLI Lied Voize Lied CXL.

1 Hoe ylt de mensch, met vlugge schreên, Naar een ontzachlyk eeuwig heen! Hoe weinig denkt men aan dien stond, Uit 's Harte grond! Hoe zwygt hier van de traage mond! 2 Het leven is, gelyk een droom, Als 't schim van eenen snellen stroom, Dat slegts

een oogenblik bestaat, En straks vergaat: Elk uur vertoond dit met de daad. 3 Maar Gy myn God! 'k betrouw altyd Op U, Gy blyft Die, Die Gy zyt: Al stort dan berg en heuvel in, 't Is my gewin, Zoo 'k slegts blyv' smaken Jesus min. 4 Ach! onderwys m', o's Hoogsten Zoon! Zoo lang 'k in deeze hutten woon: Geef dat 'k myn dagen tellen meer Moog wa- ken Heer! Lang voor myn doodsnik, ster-

ven leer'! 5 Wat baat de waereld, in dien nood, Haar eer, haar rykdom in den dood? Gy hebt o mensch! in schaduw lust: Word dies bewust, Of nimmer smaakt Gy waa- re rust. 6 Weg ydelheid! der dwazen vreugd! Het hoogste Goed is myn geneugt, 't Geen ik begeer is dat alleen, 't Gaat niet weer heen: Heer! trek myn hart hier van beneên.

7 Wat vreugd zal 't zyn, als U myn oog Zal zien voor Uwen Troon, om hoog? Leer m' ondertusschen Heer! dat ik, Elk ogenblik, My zelv', om U te zoe- ken, schikk'.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
CL geestlyke gezangen · Abdias Velingius · Poetry Cove